Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

  1. voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur;

  2. voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:

    1. op het fiets/bromfietspad 40 km per uur;

    2. op de rijbaan 45 km per uur;

    3. op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 40 km per uur;

  3. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, en snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.