1. Een instelling die een werknemer aan een vergunninghouder ter beschikking wil stellen, verkrijgt daartoe op aanvraag een aanwijzing van de Minister van Infrastructuur en Milieu.

  2. Een aanwijzing, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet reeds was verleend, wordt aangemerkt als aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.