In deze paragraaf wordt verstaan onder:
manometer: meetinstrument voor het bepalen van de pneumatische of hydraulische druk in voertuigsystemen;
geïntegreerde manometer: manometer deeluitmakend van en ingebouwd in een ander meetmiddel.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
manometer: meetinstrument voor het bepalen van de pneumatische of hydraulische druk in voertuigsystemen;
geïntegreerde manometer: manometer deeluitmakend van en ingebouwd in een ander meetmiddel.
In afwijking van artikel 8.3.6, eerste lid, is voor de manometer geen handleiding vereist.
De manometer voldoet aan de volgende eisen:
de gemeten druk wordt weergegeven in Pascal (Pa) of in bar;
de gemeten waarde wordt door analoge of digitale aanwijs- of registratie-inrichtingen gemakkelijk afleesbaar en duidelijk aangegeven;
de maximale fout, in plus en in min, van de aangewezen druk bedraagt:
in geval van een aanwijsinrichting:
voor nieuwe manometers:
bij een druk van ten hoogste 500 kPa (5 bar): 10 kPa (0,1 bar);
bij een druk hoger dan 500 kPa (5 bar): 2%;
voor manometers die in gebruik zijn:
bij een druk van ten hoogste 500 kPa (5 bar): 12,5 kPa (0,125 bar);
bij een druk hoger dan 500 kPa (5 bar): 2,5%;
in geval van een registratie-inrichting:
voor nieuwe manometers:
bij een druk van ten hoogste 500 kPa (5 bar): 20 kPa (0,2 bar);
bij een druk hoger dan 500 kPa (5 bar): 4%;
voor manometers die in gebruik zijn:
bij een druk van ten hoogste 500 kPa (5 bar): 25 kPa (0,25 bar);
bij een druk hoger dan 500 kPa (5 bar): 5%;
indien gelijktijdig met de registratie van de druk door middel van dezelfde registratie-inrichting een registratie van de remvertraging of remkracht plaatsvindt, mag in de registratie van gelijktijdige veranderingen in de betrokken meetsignalen, geen tijdverschil optreden waardoor een goede beoordeling van het remsysteem van het voertuig wordt belemmerd.