De geometrische zichtbaarheid van de achterretroreflectoren, achterrichtingaanwijzers, stoplichten en achterlichten op een bijzondere bromfiets is dusdanig dat de verlichting waarneembaar is voor een waarnemer die zich bevindt (zie figuur 1):
op een horizontale lijn, loodrecht en gecentreerd ten opzichte van de lengteas van het voertuig (lijn-Z), waarvan:
- 1°
het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;
- 2°
de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en
- 1°
op een hoogte tussen 1,00 m en 2,20 m boven het wegdek.
Figuur 1. De geometrische zichtbaarheid van de verlichting op de achterkant van een bijzondere bromfiets
