Bijlage III — behorende bij artikel 3.4.1, zesde lid

De geometrische zichtbaarheid van achterretroreflectoren, achterrichtingaanwijzers, stoplichten en achterlichten op een bijzondere bromfiets bij toepassing van artikel 3.4.1, vijfde lid.

Artikel 1

De geometrische zichtbaarheid van de achterretroreflectoren, achterrichtingaanwijzers, stoplichten en achterlichten op een bijzondere bromfiets is dusdanig dat de verlichting waarneembaar is voor een waarnemer die zich bevindt (zie figuur 1):

  1. op een horizontale lijn, loodrecht en gecentreerd ten opzichte van de lengteas van het voertuig (lijn-Z), waarvan:

    1. het middelpunt is gelegen op een afstand van 25 m ten opzichte van het achterste punt van het voertuig;

    2. de lengte 13,4 m is, vermeerderd met de breedte van het voertuig in meters tot één decimaal nauwkeurig; en

  2. op een hoogte tussen 1,00 m en 2,20 m boven het wegdek.

Bijlage 273627

Figuur 1. De geometrische zichtbaarheid van de verlichting op de achterkant van een bijzondere bromfiets