1. De remvertragingsmeter is zodanig ingericht dat een controle van de juiste aanwijzing bij het nulpunt en bij de lokale waarde van de zwaartekrachtversnelling op een eenvoudige wijze mogelijk is.

  2. De remvertragingsmeter is voorzien van een standaanwijsinrichting, tenzij een automatische inrichting een juiste meting zonder een dergelijke inrichting mogelijk maakt.