1. Een hulpinrichting, bestaande uit een voorziening als bedoeld in artikel 55, vierde lid, van de Regeling erkenningen wegverkeer is voorzien van een geldig controlecertificaat.

  2. Het controlecertificaat wordt afgegeven door een keuringsinstelling of een onderzoeksgerechtigde.

  3. De artikelen 8.1.9 en 8.2.1 tot en met 8.2.10 zijn van overeenkomstige toepassing.