Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Inhoud

Artikel bijlage-2

HISTORISCH

Bijlage 2

Model

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Divisie Vorderingen

Postbus 3012

2280 GA RIJSWIJK (ZH)

Regiopol./OM/CBR:

Afdeling/district: ...

Contactpersoon: ...

Adres: ...

Postcode + Plaatsn.: ...

Telefoonnummer: ...

Ons kenmerk: ...

————————

Mededeling ex artikel 130 van de Wegenverkeerswet (Wvw)1994

  1. De korpschef, bedoeld in artikel 24, onderscheidenlijk artikel 38 van de Politiewet 1993 en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers,

  2. De commandant, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Politiewet 1993 en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers,

  3. De officier van justitie,

  4. De directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,

doet mededeling van het vermoeden dat de hierna genoemde houder van een rijbewijs (verder genoemd betrokkene) niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van categorie(ën) / / / / van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven.

Gegevens betrokkene:

Naam:

Voornamen:

Geslacht:

Geboortedatum:

Geboorteplaats:

Adres:

Postcode:

Woonplaats:

Rijbewijsgegevens

Rijbewijsnummer:

Afgifte autoriteit:

Afgegeven op:

Geldig tot:

Categorie(ën): / / / /

Het vermoeden dat betrokkene niet beschikt over de vereiste geschiktheid is gebaseerd op de volgende, aan alcohol gerelateerde, feiten en omstandigheden:

  1. Bij betrokkene wordt een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3 ‰;

  2. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar meermalen aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, van de wet, waarbij bij één van de aanhoudingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8 ‰;

  3. Betrokkene weigert mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;

  4. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, van de wet.

Datum:

Ademalcoholgehalte:

Bloedalcoholgehalte:

Weigering:

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

Het vermoeden dat betrokkene niet beschikt over de vereiste rijvaardigheid dan wel geschiktheid is gebaseerd op de volgende, niet aan alcohol gerelateerde, feiten en omstandigheden:

Indien van toepassing:

Invordering als bedoeld in artikel 130, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft op grond van het volgende plaatsgevonden:

  1. Betrokkene heeft een motorrijtuig bestuurd onder invloed van drogerende stoffen, andere dan alcohol;

  2. Betrokkene heeft een poging tot zelfdoding met een motorrijtuig ondernomen;

  3. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, dan wel ernstige psychiatrische problemen ondervindt, hetgeen bij twijfel bevestigd wordt door een medisch deskundige.

  4. Betrokkene heeft met een motorrijtuig tegen de rijrichting in gereden (spookrijden).

  5. Betrokkene heeft binnen een periode van een jaar ten minste drie aanrijdingen veroorzaakt.

  6. Betrokkene is rechtstreeks betrokken bij een aanrijding met duidelijke materiële dan wel letselschade en verklaart de aanrijding niet te hebben bemerkt.

  7. Betrokkene is niet in staat het motorrijtuig in bedwang te houden.

  8. Betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal.

  9. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, eerste of tweede lid, van de wet.

  10. O Bij betrokkene wordt een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 1090 µg/l, respectievelijk 2,5 ‰.

  11. Betrokkene is bewust ingereden op een andere weggebruiker. Overige:

  12. Het rijbewijs is bij de mededeling gevoegd.

  13. Betrokkene beheerst de Nederlandse taal (van belang voor de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer).

  14. Betrokkene beheerst de volgende taal of talen (alleen invullen indien betrokkene de Nederlandse taal niet beheerst): ...

Aantal bijlage(n) meegestuurd: ...

Plaats: ...

Datum: ...

Handtekening: ...

Naam: ...

Functie: ...

01-11-2011 Huidig 01-03-2010 Historisch 15-07-2009 Historisch 30-05-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 12-11-2008 Historisch 01-10-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-10-2006 Historisch 08-02-2006 Historisch 01-04-2005 Historisch 15-05-2004 Historisch 01-10-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 30-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 08-02-2006.

Tekst van deze versie

Bijlage 2

Model

Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Divisie Vorderingen

Postbus 3012

2280 GA RIJSWIJK (ZH)

Regiopol./OM/CBR:

Afdeling/district: ...

Contactpersoon: ...

Adres: ...

Postcode + Plaatsn.: ...

Telefoonnummer: ...

Ons kenmerk: ...

————————

Mededeling ex artikel 130 van de Wegenverkeerswet (Wvw)1994

  1. De korpschef, bedoeld in artikel 24, onderscheidenlijk artikel 38 van de Politiewet 1993 en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers,

  2. De commandant, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Politiewet 1993 en de door hem voor dit doel aangewezen plaatsvervangers,

  3. De officier van justitie,

  4. De directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,

doet mededeling van het vermoeden dat de hierna genoemde houder van een rijbewijs (verder genoemd betrokkene) niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van categorie(ën) / / / / van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven.

Gegevens betrokkene:

Naam:

Voornamen:

Geslacht:

Geboortedatum:

Geboorteplaats:

Adres:

Postcode:

Woonplaats:

Rijbewijsgegevens

Rijbewijsnummer:

Afgifte autoriteit:

Afgegeven op:

Geldig tot:

Categorie(ën): / / / /

Het vermoeden dat betrokkene niet beschikt over de vereiste geschiktheid is gebaseerd op de volgende, aan alcohol gerelateerde, feiten en omstandigheden:

  1. Bij betrokkene wordt een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 570 µg/l, respectievelijk 1,3 ‰;

  2. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar meermalen aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, van de wet, waarbij bij één van de aanhoudingen een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8 ‰;

  3. Betrokkene weigert mee te werken aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;

  4. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, van de wet.

Datum:

Ademalcoholgehalte:

Bloedalcoholgehalte:

Weigering:

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

....

Het vermoeden dat betrokkene niet beschikt over de vereiste rijvaardigheid dan wel geschiktheid is gebaseerd op de volgende, niet aan alcohol gerelateerde, feiten en omstandigheden:

Indien van toepassing:

Invordering als bedoeld in artikel 130, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft op grond van het volgende plaatsgevonden:

  1. Betrokkene heeft een motorrijtuig bestuurd onder invloed van drogerende stoffen, andere dan alcohol;

  2. Betrokkene heeft een poging tot zelfdoding met een motorrijtuig ondernomen;

  3. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, dan wel ernstige psychiatrische problemen ondervindt, hetgeen bij twijfel bevestigd wordt door een medisch deskundige.

  4. Betrokkene heeft met een motorrijtuig tegen de rijrichting in gereden (spookrijden).

  5. Betrokkene heeft binnen een periode van een jaar ten minste drie aanrijdingen veroorzaakt.

  6. Betrokkene is rechtstreeks betrokken bij een aanrijding met duidelijke materiële dan wel letselschade en verklaart de aanrijding niet te hebben bemerkt.

  7. Betrokkene is niet in staat het motorrijtuig in bedwang te houden.

  8. Betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal.

  9. Betrokkene is binnen een periode van vijf jaar ten minste vier maal aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 8, eerste of tweede lid, van de wet.

  10. O Bij betrokkene wordt een adem- of bloedalcoholgehalte geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 1090 µg/l, respectievelijk 2,5 ‰.

  11. Betrokkene is bewust ingereden op een andere weggebruiker. Overige:

  12. Het rijbewijs is bij de mededeling gevoegd.

  13. Betrokkene beheerst de Nederlandse taal (van belang voor de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer).

  14. Betrokkene beheerst de volgende taal of talen (alleen invullen indien betrokkene de Nederlandse taal niet beheerst): ...

Aantal bijlage(n) meegestuurd: ...

Plaats: ...

Datum: ...

Handtekening: ...

Naam: ...

Functie: ...

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid