Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.

Inhoud
§ 1 Inleidende bepalingen
§ 2 Vordering tot overgifte van het rijbewijs en schorsing geldigheid
§ 3 Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer
§ 4 Educatieve maatregel alcohol en verkeer
§ 5 Educatieve maatregel gedrag en verkeer
§ 5a Educatieve maatregel drugs en verkeer
§ 6 Lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer
§ 7 Onderzoeken
§ 8 Ongeldigverklaring van het rijbewijs
§ 9 Slotbepalingen
Bijlage 2 bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

§ 5

Educatieve maatregel gedrag en verkeer

Artikel 14

  1. Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:

    1. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag;

    2. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 60 kilometer per uur of meer op wegen binnen of buiten de bebouwde kom;

    3. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 60 kilometer per uur of meer bij wegwerkzaamheden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom;

    4. de uitslag van het ingevolge artikel 23, tweede lid, opgelegde onderzoek of van het ingevolge het derde lid, onderdeel a, opgelegde onderzoek, voor zover dit onderzoek is gebaseerd op bijlage 1, onder A, onderdeel IV, geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs;

    5. door verlettering vervallen;

    6. betrokkene op grond van artikel 21, aanhef en onderdeel d of e, niet in aanmerking komt voor een lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer.

  2. Het CBR kan afzien van het opleggen van de in het eerste lid bedoelde educatieve maatregel gedrag en verkeer, indien de mededeling, bedoeld in artikel 130 van de wet, is gebaseerd op feiten of omstandigheden, die al eerder hebben geleid tot een mededeling gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in bijlage 1, onderdeel A, subonderdeel IV, en het CBR in het kader van die eerdere mededeling al een onderzoek naar de rijvaardigheid heeft opgelegd.

  3. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

Betrokkene komt niet in aanmerking voor de educatieve maatregel gedrag en verkeer indien:

  1. hij een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht;

  2. hij bewust op een andere weggebruiker is ingereden;

  3. blijkt dat hij de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de educatieve maatregel gedrag en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst;

  4. hij de afgelopen vijf jaar reeds twee maal aan de educatieve maatregel gedrag en verkeer heeft deelgenomen;

  5. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt;

  6. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholafhankelijkheid, of

  7. dat het bij de politie bekend is dat hij regelmatig drogerende stoffen gebruikt of indien het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van afhankelijkheid van drogerende stoffen anders dan alcohol.

← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011