Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 22-03-2026.

Inhoud
§ 1 Inleidende bepalingen
§ 2 Vordering tot overgifte van het rijbewijs en schorsing geldigheid
§ 3 Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer
§ 4 Educatieve maatregel alcohol en verkeer
§ 5 Educatieve maatregel gedrag en verkeer
§ 5a Educatieve maatregel drugs en verkeer
§ 6 Lichte educatieve maatregel gedrag en verkeer
§ 7 Onderzoeken
§ 8 Ongeldigverklaring van het rijbewijs
§ 9 Slotbepalingen
Bijlage 2 bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

§ 3

Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer

Artikel 7

Het CBR besluit tot een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

  1. bij betrokkene een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8‰, maar lager is dan 435 µg/l, respectievelijk 1,0‰;

  2. bij betrokkene, in de hoedanigheid van beginnende bestuurder, een adem- of bloedalcoholgehalte is geconstateerd dat gelijk is aan of hoger is dan 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰, maar lager is dan 350 µg/l, respectievelijk 0,8‰.

Artikel 8

Betrokkene komt niet in aanmerking voor de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

  1. hij een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander is gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht;

  2. blijkt dat hij de Nederlandse taal dan wel een andere taal waarin de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt gegeven, niet of niet in voldoende mate beheerst;

  3. hij de afgelopen vijf jaar aan een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer heeft deelgenomen;

  4. hij de afgelopen vijf jaar aan een educatieve maatregel alcohol en verkeer heeft deelgenomen;

  5. hij zich de afgelopen vijf jaar heeft moeten onderwerpen aan een onderzoek naar de geschiktheid wegens alcohol;

  6. hij naar het oordeel van een medisch deskundige lijdt aan een ernstige psychiatrische stoornis of dementie, dan wel aan een langdurige lichamelijke stoornis die deelname onmogelijk maakt;

  7. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van alcoholafhankelijkheid, of

  8. het vermoeden bestaat dat er bij betrokkene sprake is van afhankelijkheid van drogerende stoffen anders dan alcohol.

Artikel 9

Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan de educatieve maatregel, indien hij:

  1. de kosten van de educatieve maatregel niet heeft voldaan binnen de termijn of op de wijze die is vastgelegd bij het besluit waarbij de verplichting tot het zich onderwerpen aan die maatregelen is opgelegd;

  2. onder invloed van alcohol of andere drogerende stoffen op de desbetreffende cursus verschijnt;

  3. niet of niet binnen de door het CBR gestelde termijn meewerkt aan de educatieve maatregel zonder dat daarvoor naar het oordeel van het CBR een geldige reden van verhindering is opgegeven;

  4. demonstratief niet aan de cursus deelneemt;

  5. zich tijdens de cursus agressief gedraagt, of

  6. tijdens de cursus op andere wijze het groepsproces verstoort.

Artikel 10

  1. De kosten van oplegging van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in dat besluit.

  2. De kosten van uitvoering van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer worden betaald binnen vijf weken nadat het verzoek tot betaling van de uitvoeringskosten van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in het in het eerste lid bedoelde besluit.

  3. De in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen worden niet verlengd.

← terug naar Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011