-
De bezoldiging van de Rijksvertegenwoordiger bedraagt € 10.958,30.
-
De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een vergoeding ten bedrage van € 408,79 per maand voor de aan zijn ambt verbonden kosten.
-
Het bedrag genoemd in het tweede lid wordt met ingang van 1 januari 2020 per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
-
De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van Rijksvertegenwoordiger komen ten laste van het Rijk.
-
Onze Minister kan over de in het vierde lid bedoelde scholing nadere regels stellen.
-
De aanspraak op de bezoldiging en op de vergoeding voor ambtskosten, bedoeld in het tweede lid, begint met ingang van de dag waarop de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of de dag, volgende op die van het overlijden.
-
Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
-
Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het zevende lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangt de Rijksvertegenwoordiger deze op gelijke voet.
-
Wanneer Onze Minister de Rijksvertegenwoordiger toestemming verleent langer dan zes weken buiten de openbare lichamen te verblijven, kan hij daarbij bepalen dat gedurende die langere periode de bezoldiging en de vergoeding voor ambtskosten geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.
Inhoud
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 2a
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 7a
- Artikel 8
- Artikel 8a
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 10a
- Artikel 10b
- Artikel 10c
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 12a
- Artikel 12b
- Artikel 12c
- Artikel 13
- Artikel 13a
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 16a
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
Artikel 2
Tekst van deze versie
-
De bezoldiging van de Rijksvertegenwoordiger bedraagt € 10.958,30.
-
De Rijksvertegenwoordiger ontvangt een vergoeding ten bedrage van € 408,79 per maand voor de aan zijn ambt verbonden kosten.
-
Het bedrag genoemd in het tweede lid wordt met ingang van 1 januari 2020 per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
-
De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van Rijksvertegenwoordiger komen ten laste van het Rijk.
-
Onze Minister kan over de in het vierde lid bedoelde scholing nadere regels stellen.
-
De aanspraak op de bezoldiging en op de vergoeding voor ambtskosten, bedoeld in het tweede lid, begint met ingang van de dag waarop de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of de dag, volgende op die van het overlijden.
-
Indien voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
-
Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het zevende lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangt de Rijksvertegenwoordiger deze op gelijke voet.
-
Wanneer Onze Minister de Rijksvertegenwoordiger toestemming verleent langer dan zes weken buiten de openbare lichamen te verblijven, kan hij daarbij bepalen dat gedurende die langere periode de bezoldiging en de vergoeding voor ambtskosten geheel of gedeeltelijk worden ingehouden.
Nog geen automatische verwijzingen.