-
Anders dan op eigen aanvraag kan aan de Rijksvertegenwoordiger ontslag worden verleend op grond van:
ongeschiktheid wegens ziekte of gebreken voor het vervullen van zijn ambt;
onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken;
andere gronden.
-
Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a en b, van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder c, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
-
Een ontslag als bedoeld in onder a van het eerste lid, kan slechts plaatsvinden indien herstel van zijn ziekte of gebreken niet binnen een periode van zes maanden te verwachten is.
-
Niet-herbenoeming vindt, behoudens in bijzondere omstandigheden, niet plaats dan nadat de Rijksvertegenwoordiger in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord.
Inhoud
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 2a
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 7a
- Artikel 8
- Artikel 8a
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 10a
- Artikel 10b
- Artikel 10c
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 12a
- Artikel 12b
- Artikel 12c
- Artikel 13
- Artikel 13a
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 16a
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
Artikel 14
Tekst van deze versie
-
Anders dan op eigen aanvraag kan aan de Rijksvertegenwoordiger ontslag worden verleend op grond van:
ongeschiktheid wegens ziekte of gebreken voor het vervullen van zijn ambt;
onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken;
andere gronden.
-
Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a en b, van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder c, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
-
Een ontslag als bedoeld in onder a van het eerste lid, kan slechts plaatsvinden indien herstel van zijn ziekte of gebreken niet binnen een periode van zes maanden te verwachten is.
-
Niet-herbenoeming vindt, behoudens in bijzondere omstandigheden, niet plaats dan nadat de Rijksvertegenwoordiger in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord.
Nog geen automatische verwijzingen.