1. Tijdens een strafproces gericht tegen een rechtspersoon, doelvermogen of rederij, wordt deze rechtspersoon of dit doelvermogen vertegenwoordigd door de bestuurder of, indien er meer bestuurders zijn, door een van hen en de rederij door de boekhouder of een van de leden van de rederij. De genoemde personen kunnen een persoon machtigen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.

  2. Tijdens een strafproces gericht tegen een maatschap of vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, wordt deze vertegenwoordigd door de aansprakelijke vennoot of, indien er meer aansprakelijke vennoten zijn, door één van hen. De genoemde personen kunnen een persoon machtigen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.

  3. De rechter kan bevelen dat een bepaalde bestuurder of vennoot in persoon moet verschijnen en zo nodig een bevel tot medebrenging geven.