1. Indien uit feiten of omstandigheden aanwijzingen voortvloeien dat binnen verzamelingen van personen misdrijven worden beraamd of gepleegd waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld en die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die binnen die verzamelingen van personen worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar daarnaar een verkennend onderzoek instelt.

  2. Indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het verkennend onderzoek kan de officier van justitie, na een daartoe verleende machtiging van de rechter-commissaris, bevelen dat:

    1. stelselmatig, al dan niet op geautomatiseerde wijze, persoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen worden overgenomen;

    2. gegevens uit daarbij nader aan te geven openbare registers die bij wet zijn ingesteld worden overgenomen.

  3. Het bevel, bedoeld in het tweede lid, wordt gegeven voor een periode van ten hoogste drie maanden. De geldigheidsduur kan telkens voor een periode van drie maanden worden verlengd.

  4. Bevelen als bedoeld in dit artikel worden afzonderlijk vastgelegd. Artikel 2.8.1, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. De artikelen 2.8.8, derde lid, en 2.8.23 zijn van overeenkomstige toepassing.