1. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing in geval uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden voortvloeit dat in georganiseerd verband misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld worden beraamd of gepleegd en die gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in dat georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren. In het geval van toepassing van de artikelen 2.8.15, tweede en vierde lid, en 2.8.16, tweede lid, moeten de misdrijven die in georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd, misdrijven betreffen die in die artikelleden zijn omschreven.

  2. De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf. In geval van toepassing van de artikelen 2.8.15, tweede en vierde lid, en 2.8.16, tweede lid, moet dat een terroristisch misdrijf betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.