1. In geval van verdenking van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar goederen of gegevens afneemt van een persoon, diensten verleent aan een persoon of daartoe strekkende afspraken maakt.

  2. In het bevel kan worden bepaald dat bij de uitvoering daarvan bepaalde strafbare handelingen mogen worden verricht door de persoon die de bevoegdheid uitoefent.