1. De officier van justitie kan bevelen dat aan een inbeslaggenomen overleden verdachte, aan een inbeslaggenomen overleden persoon ten aanzien van wie vermoed wordt dat hij slachtoffer is van het misdrijf dat tot de inbeslagneming heeft geleid, of aan een inbeslaggenomen lichaamsdeel van een overleden verdachte of slachtoffer, een sectie of een ander geneeskundig onderzoek wordt verricht, en, al dan niet in het kader daarvan, een of meer onderzoeken als bedoeld in de Titels 6.2 tot en met 6.5 worden verricht.

  2. Voor het verrichten van een sectie of een onderzoek kan ieder lichaamsmateriaal of iedere lichaamsafdruk worden afgenomen en gebruikt dat daarvoor nodig is. Een onderzoek in het lichaam kan gericht zijn op het meten van de temperatuur in de openingen of holten van het onderlichaam.

  3. Het bevel wordt uitgevoerd door een arts. Het bevel kan in de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen door een opsporingsambtenaar worden uitgevoerd.

  4. Een overleden verdachte of slachtoffer of een lichaamsdeel van een overleden verdachte of slachtoffer kan op grond van de in Afdeling 7.2.2 voorziene bevoegdheden ook worden inbeslaggenomen bij verdenking van het in artikel 307, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.