1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verrichten van een onderzoek als bedoeld in de Titels 6.2 tot en met 6.6.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de technische hulpmiddelen worden aangewezen waarvan bij het verrichten van een onderzoek als bedoeld in de Titels 6.2 en 6.3 kan worden gebruikgemaakt.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt het lichaams- of celmateriaal aangewezen waaraan een onderzoek als bedoeld in Titel 6.5 kan worden verricht.

  4. In het geval de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, regels stelt over het verrichten van onderzoek als bedoeld in artikel 2.6.17 geldt dat de voordracht van die algemene maatregel van bestuur niet eerder wordt gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.