Tot de processtukken behoren alle stukken die voor de in het kader van de berechting door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn, behoudens de stukken waarvan de voeging overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.8.3 achterwege wordt gelaten.
Nieuw Wetboek van Strafvordering Laatste controle 29-03-2026, laatste wijziging 18-03-2026.
Inhoud
Boek 1 Strafvordering in het algemeen
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen en definities
Titel 1.1 Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 2 De behandeling van zaken door de rechter
Hoofdstuk 3 Vervolging en opsporing van strafbare feiten
Hoofdstuk 4 De verdachte en zijn raadsman
Titel 4.1 De verdachte
Titel 4.2 De raadsman
Afdeling 4.2.1 Het optreden van de raadsman
Afdeling 4.2.2 De bevoegdheden van de raadsman
Hoofdstuk 5 Het slachtoffer
Hoofdstuk 6 De getuige
Hoofdstuk 7 De deskundige
Hoofdstuk 8 De processtukken
Hoofdstuk 9 Overdracht van berichten en het indienen van stukken
Hoofdstuk 11 Enige algemene voorzieningen
Titel 11.1 Herstelrecht
Titel 11.2 Videoconferentie
Titel 11.3 De inzet van tolken
Titel 11.4 Opdrachten aan de reclassering
Titel 11.5 Verstoring van ambtsverrichtingen
Boek 2 Het opsporingsonderzoek
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Titel 1.1 Definities
Titel 1.2 Algemene bepalingen over de uitoefening van bevoegdheden in het kader van het opsporingsonderzoek
Titel 1.3 Algemene bevoegdheid
Titel 1.4 Verslaglegging door opsporingsambtenaren
Titel 1.5 Vastlegging van bevelen en van machtigingen en vorderingen daartoe
Titel 1.6 Toestemming voor onderzoekshandelingen
Hoofdstuk 2 De aangifte
Hoofdstuk 3 Het verhoor door opsporingsambtenaren
Hoofdstuk 4 Deskundigenonderzoek in opdracht van de officier van justitie
Hoofdstuk 5 Bevoegdheden tot vrijheidsbeperking en vrijheidsbeneming
Titel 5.1 Algemene bepalingen
Titel 5.2 Staandehouding en aanhouding
Titel 5.3 Ophouden voor onderzoek en inverzekeringstelling
Afdeling 5.3.1 Ophouden voor onderzoek
Afdeling 5.3.2 Inverzekeringstelling
Afdeling 5.3.3 Maatregelen ten aanzien van de voor onderzoek opgehouden of in verzekering gestelde verdachte
Afdeling 5.3.4 Voorgeleiding aan de rechter-commissaris
Titel 5.4 Voorlopige hechtenis
Afdeling 5.4.1 Algemene bepalingen
Afdeling 5.4.2 Toepassingsvoorwaarden
Afdeling 5.4.3 Schorsing van de voorlopige hechtenis
Afdeling 5.4.4 Opheffing van de voorlopige hechtenis
Afdeling 5.4.5 Bewaring
Afdeling 5.4.6 Gevangenhouding en gevangenneming
Afdeling 5.4.7 Beslissingen over voorlopige hechtenis in het eindvonnis
Afdeling 5.4.8 Voorlopige hechtenis na hoger beroep tegen het eindvonnis
Titel 5.5 Rechtsmiddelen
Afdeling 5.5.1 Bezwaar tegen het opleggen van maatregelen
Afdeling 5.5.2 Beroep tegen de directe invrijheidstelling van de verdachte
Afdeling 5.5.3 Beroep tegen beslissingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden met betrekking tot het lichaam
Titel 6.1 Algemene bepalingen
Afdeling 6.1.1 Bevel officier van justitie
Afdeling 6.1.2 Onderzoek en fase van vrijheidsbeneming
Afdeling 6.1.3 Toestemming
Afdeling 6.1.4 Delegatie
Titel 6.2 Onderzoek aan de kleding en onderzoek van meegevoerde voorwerpen
Titel 6.3 Onderzoek aan het lichaam
Titel 6.4 Onderzoek in het lichaam
Titel 6.5 Overige onderzoeken met betrekking tot het lichaam
Afdeling 6.5.1 Het nemen van vingerafdrukken en gezichtsopnamen ter identiteitsvaststelling
Afdeling 6.5.2 Onderzoek naar gebruik van geweldbevorderende middelen
Afdeling 6.5.3 Het maken van beeldopnamen, het opmeten van lichaamsmaten en het nemen van lichaamsafdrukken, -haar en -materiaal
Afdeling 6.5.4 Onderzoek ten aanzien van fysieke eigenschappen
Afdeling 6.5.5 Het houden van een confrontatie
Afdeling 6.5.6 DNA-onderzoek
Afdeling 6.5.7 Onderzoek naar een ernstige besmettelijke ziekte
Titel 6.6 Onderzoek met betrekking tot het lichaam van een overleden verdachte of slachtoffer
Titel 6.7 Bevoegdheden van de rechter-commissaris
Titel 6.8 Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 7 Bevoegdheden met betrekking tot voorwerpen en gegevens
Titel 7.1 Algemene bepalingen
Titel 7.2 Inbeslagneming van voorwerpen
Afdeling 7.2.1 Algemene bepalingen
Afdeling 7.2.2 Bevoegdheden tot inbeslagneming van voorwerpen
Afdeling 7.2.3 Inbeslagneming tot bewaring van het recht tot verhaal
Afdeling 7.2.4 Teruggave en bewaring van inbeslaggenomen voorwerpen
Titel 7.3 Onderzoek van gegevens
Afdeling 7.3.1 Algemene bepalingen
Afdeling 7.3.2 Bevoegdheden
Afdeling 7.3.3 Verstrekking van gegevens ten behoeve van het onderzoek
Titel 7.4 Ontoegankelijkmaking van gegevens
Titel 7.5 Uitoefening van bevoegdheden in het geval van verschoningsrecht
Titel 7.6 Onderzoek ter plaatse
Titel 7.7 Bevoegdheden van de rechter-commissaris
Titel 7.8 Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 8 Heimelijke bevoegdheden
Titel 8.1 Algemene bepalingen
Afdeling 8.1.1 Bevel officier van justitie
Afdeling 8.1.2 Kennisgeving aan betrokkene
Afdeling 8.1.3 Voeging gegevens functioneel verschoningsgerechtigden
Afdeling 8.1.4 Technische hulpmiddelen
Afdeling 8.1.5 Verplichting tot inbeslagneming
Afdeling 8.1.6 Uitstel melding onbekende kwetsbaarheden
Titel 8.2 De bevoegdheden
Afdeling 8.2.1 Stelselmatige observatie
Afdeling 8.2.2 Stelselmatig overnemen persoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen
Afdeling 8.2.3 Bevoegdheden ten aanzien van een besloten plaats
Afdeling 8.2.4 Pseudo-koop of -dienstverlening
Afdeling 8.2.5 Stelselmatige inwinning van informatie
Afdeling 8.2.6 Infiltratie
Afdeling 8.2.7 Vastleggen communicatie die plaatsvindt door middel van een aanbieder van een communicatiedienst
Afdeling 8.2.8 Vastleggen vertrouwelijke communicatie
Afdeling 8.2.9 Toegang op afstand tot een digitale-gegevensdrager of geautomatiseerd werk
Afdeling 8.2.10 Stelselmatige locatiebepaling
Titel 8.3 Bijstand door burgers bij de uitoefening van heimelijke bevoegdheden
Titel 8.4 Personen in de openbare dienst van een vreemde staat
Titel 8.5 Maatregelen in het belang van de veiligheid
Titel 8.6 Vermoeden georganiseerd verband en aanwijzingen terroristisch misdrijf
Titel 8.7 Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 9 Het verkennend onderzoek
Hoofdstuk 10 Onderzoek door de rechter-commissaris
Titel 10.1 Algemene bepalingen
Titel 10.2 Bevoegdheden met betrekking tot de verdachte
Afdeling 10.2.1 Het verhoor van de verdachte
Afdeling 10.2.2 Observatie van de verdachte
Titel 10.3 Het verhoor van de getuige
Titel 10.4 De benoeming en het verhoor van een deskundige
Afdeling 10.4.1 De benoeming van een deskundige
Afdeling 10.4.2 Het verhoor van een deskundige
Titel 10.5 Getuigen aan wie toezeggingen zijn gedaan
Titel 10.6 Voortgangsbewaking door de rechter-commissaris
Titel 10.7 Beëindiging van het onderzoek
Titel 10.8 Rechtsmiddelen
Boek 3 Beslissingen over vervolging
Hoofdstuk 2 Bezwaarschrift tegen de procesinleiding
Hoofdstuk 3 De strafbeschikking
Titel 3.1 Inhoud van de strafbeschikking
Titel 3.2 Uitvaardigen van de strafbeschikking door opsporingsambtenaren en lichamen of personen, met een publieke taak belast
Titel 3.3 Waarborgen bij het uitvaardigen van de strafbeschikking
Titel 3.4 Uitreiken en toezenden van de strafbeschikking
Titel 3.5 Intrekken en wijzigen van de strafbeschikking
Titel 3.6 Openbaarheid van de strafbeschikking
Hoofdstuk 4 Het achterwege laten van vervolging
Titel 4.1 Het sepot
Hoofdstuk 5 Beklag over het niet opsporen of niet vervolgen van strafbare feiten
Hoofdstuk 6 Rechtsmiddelen
Boek 4 Berechting
Hoofdstuk 1 Het aanbrengen van de zaak ter berechting
Hoofdstuk 2 Het onderzoek op de terechtzitting
Titel 2.1 Algemene bepalingen
Titel 2.2 De aanvang van het onderzoek
Titel 2.3 De omvang van het onderzoek
Titel 2.4 Het onderzoek van de zaak zelf
Afdeling 2.4.1 Inleidende bepalingen
Afdeling 2.4.2 Het verhoor van de verdachte
Afdeling 2.4.3 Het verhoor van de getuige
Afdeling 2.4.4 Het verhoor van de deskundige
Afdeling 2.4.5 De uitoefening van het spreekrecht
Afdeling 2.4.6 Het beslag
Afdeling 2.4.7 Nader onderzoek
Afdeling 2.4.8 De schorsing van het onderzoek
Afdeling 2.4.9 Het requisitoir en het pleidooi, repliek en dupliek
Afdeling 2.4.10 De sluiting van het onderzoek en beslissingen ten aanzien van de uitspraak
Afdeling 2.4.11 Heropening van het onderzoek
Titel 2.5 De verslaglegging van het onderzoek op de terechtzitting
Hoofdstuk 3 De beraadslaging, de uitspraak en het eindvonnis
Hoofdstuk 4 De behandeling van met de berechting verbonden vorderingen
Titel 4.1 De vordering van de benadeelde partij
Titel 4.2 De vordering tot tenuitvoerlegging
Titel 4.3 De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Afdeling 4.3.2 Afzonderlijke behandeling
Afdeling 4.3.3 Voeging en afsplitsing
Afdeling 4.3.4 De ontnemingsschikking
Hoofdstuk 5 De enkelvoudige kamer
Hoofdstuk 6 Herstelbeslissingen
Boek 5 Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Het instellen en indienen, intrekken en afstand doen van gewone rechtsmiddelen
Hoofdstuk 3 Verzet tegen strafbeschikkingen
Hoofdstuk 4 Hoger beroep tegen vonnissen
Titel 4.1 Hoger beroep tegen eindvonnissen en tussenvonnissen
Afdeling 4.1.1 Gevallen waarin hoger beroep openstaat
Afdeling 4.1.2 De voorbereiding van de terechtzitting
Afdeling 4.1.3 De oproeping voor de terechtzitting
Afdeling 4.1.4 Het onderzoek op de terechtzitting
Afdeling 4.1.5 De beraadslaging, de uitspraak en het eindarrest
Titel 4.2 Hoger beroep in het geval van verbonden vorderingen
Afdeling 4.2.1 De vordering van de benadeelde partij
Afdeling 4.2.2 De vordering tot tenuitvoerlegging
Afdeling 4.2.3 De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel 4.3 De enkelvoudige kamer
Titel 4.4 Herstelbeslissingen
Hoofdstuk 5 Beroep in cassatie tegen arresten
Titel 5.1 Beroep in cassatie tegen eindarresten en tussenarresten
Afdeling 5.1.1 Gevallen waarin beroep in cassatie openstaat
Afdeling 5.1.2 De voorbereiding van de behandeling van het beroep in cassatie
Afdeling 5.1.3 De behandeling van het beroep in cassatie
Titel 5.2 Beroep in cassatie in het geval van verbonden vorderingen
Afdeling 5.2.1 De vordering van de benadeelde partij
Afdeling 5.2.2 De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Titel 5.3 Herstelarresten
Hoofdstuk 6 Gewone rechtsmiddelen tegen andere beslissingen
Hoofdstuk 7 Cassatie in het belang van de wet
Hoofdstuk 8 Herziening van arresten en vonnissen
Titel 8.1 Herziening ten voordele van de gewezen verdachte
- Artikel 5.8.1
- Artikel 5.8.2
- Artikel 5.8.3
- Artikel 5.8.4
- Artikel 5.8.5
- Artikel 5.8.6
- Artikel 5.8.7
- Artikel 5.8.8
- Artikel 5.8.9
- Artikel 5.8.10
- Artikel 5.8.11
- Artikel 5.8.12
- Artikel 5.8.13
- Artikel 5.8.14
- Artikel 5.8.15
- Artikel 5.8.16
- Artikel 5.8.17
- Artikel 5.8.18
- Artikel 5.8.19
- Artikel 5.8.20
- Artikel 5.8.21
- Artikel 5.8.22
- Artikel 5.8.23
- Artikel 5.8.24
- Artikel 5.8.25
- Artikel 5.8.26
Titel 8.2 Herziening ten nadele van de gewezen verdachte
Boek 6 Bijzondere regelingen
Hoofdstuk 1 Voorzieningen vanwege de persoon van de verdachte
Titel 1.1 Jeugdigen en jongvolwassenen
Afdeling 1.1.1 Verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit nog niet de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt
Afdeling 1.1.2 Verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet die van achttien jaar hebben bereikt
Afdeling 1.1.3 Verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaar maar nog niet die van drieëntwintig jaar hebben bereikt
Afdeling 1.1.4 De raad voor de kinderbescherming
Afdeling 1.1.5 De betrokkenheid van de ouder of een persoon naar keuze
Afdeling 1.1.6 Vordering van de benadeelde partij
Titel 1.2 Verdachten die door een beperking of een ziekte onvoldoende in staat zijn aan het proces tegen hen deel te nemen
Titel 1.3 Rechtspersonen
Titel 1.4 Rechterlijke ambtenaren
Hoofdstuk 2 Procesincidenten
Hoofdstuk 4 Bijzondere procedures
Titel 4.1 Beklag met betrekking tot voorwerpen en gegevens
Afdeling 4.1.1 Beklag met betrekking tot voorwerpen
Afdeling 4.1.2 Beklag met betrekking tot gegevens
Afdeling 4.1.3 Behandeling van het klaagschrift
Titel 4.2 Afzonderlijke rechterlijke beslissing met betrekking tot voorwerpen en gegevens
Titel 4.3 Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 5 Bevoegdheden van bijzondere aard
Titel 5.1 Gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast
Titel 5.2 Bevoegdheden bij het ontruimen van een gekraakt pand
Afdeling 5.2.1 Bevoegdheden
Afdeling 5.2.2 Rechtsmiddelen
Titel 5.3 Bevoegdheden tot het betreden van plaatsen in verband met bepaalde misdrijven
Titel 5.4 Bevoegdheden in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf
Titel 5.5 Bevoegdheden in verband met de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Afdeling 5.5.1 Bevoegdheden
Afdeling 5.5.2 Rechtsmiddelen
Titel 5.6 Bevoegdheden tot vastlegging en raadpleging van kentekengegevens
Titel 5.7 Onderzoek naar gebruik van geweld door ambtenaren
Hoofdstuk 6 Schadevergoeding en kosten
Boek 9 Slotbepalingen
Titel 8.1
Artikel 1.8.2
-
Zolang de berechting niet is aangevangen, is de officier van justitie verantwoordelijk voor de samenstelling van de processtukken en voor de daadwerkelijke toegankelijkheid van de processtukken voor zover de kennisneming ervan is toegestaan.
-
Voor de aanvang van de berechting en na de afloop ervan beslist de officier van justitie met inachtneming van het bepaalde in de wet over de processtukken.
-
Nadat de berechting is aangevangen, beslist tot de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting de voorzitter van de rechtbank en daarna de rechtbank met inachtneming van het bepaalde in de wet over de processtukken.
-
Na het instellen van hoger beroep tegen het eindvonnis zijn het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.8.3
-
De officier van justitie kan, indien hij dit met het oog op de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen noodzakelijk acht, de voeging van bepaalde stukken of gedeelten daarvan bij de processtukken achterwege laten. Hij heeft daartoe een schriftelijke machtiging nodig, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De vordering en de beslissing worden bij de processtukken gevoegd.
-
De officier van justitie doet van de toepassing van het eerste lid en, voor zover de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen dat toelaten, de redenen voor die toepassing, proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt bij de processtukken gevoegd.
-
Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de in het eerste lid bedoelde stukken.
Artikel 1.8.4
-
Zolang de berechting niet is aangevangen, kan de verdachte stukken indienen bij de officier van justitie ter voeging bij de processtukken. De officier van justitie kan het voegen van stukken weigeren indien hij van oordeel is dat de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt. Hij stelt de verdachte van deze weigering in kennis.
-
Na de aanvang van de berechting kunnen de officier van justitie en de verdachte nieuwe stukken indienen ter voeging bij de processtukken. Tot de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting beslist de voorzitter van de rechtbank over de voeging en daarna de rechtbank.
-
Na het instellen van hoger beroep tegen het eindvonnis is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.8.5
-
Zolang de berechting niet is aangevangen, kan de verdachte de officier van justitie verzoeken zo nauwkeurig mogelijk omschreven stukken die hij van belang acht voor de beoordeling van de zaak bij de processtukken te voegen. Het verzoek is gemotiveerd.
-
Met het oog op de onderbouwing van zijn verzoek kan de verdachte de officier van justitie verzoeken om hem inzage te verlenen in de stukken, bedoeld in het eerste lid.
-
Indien de officier van justitie in gebreke blijft te beslissen over het voegen van de stukken dan wel de inzage daarin, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke hij een beslissing neemt. Alvorens op het verzoek te beslissen, hoort de rechter-commissaris de officier van justitie en de verdachte.
-
De officier van justitie kan het voegen van de stukken respectievelijk de inzage daarin weigeren indien hij van oordeel is dat de stukken niet als processtukken kunnen worden aangemerkt dan wel indien hij dit onverenigbaar acht met een van de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen. Hij heeft daartoe een schriftelijke machtiging nodig, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris. De officier van justitie stelt de verdachte van deze weigering in kennis. Indien de rechter-commissaris de machtiging verleent omdat hij de voeging van de stukken dan wel de inzage daarin onverenigbaar acht met de in artikel 2.10.32, eerste lid, vermelde belangen, vermeldt hij dat in de machtiging.
Artikel 1.8.6
-
Zolang de berechting niet is aangevangen wordt de kennisneming van de processtukken de verdachte op zijn verzoek toegestaan door de officier van justitie. De kennisneming wordt de verdachte in elk geval toegestaan vanaf het eerste verhoor.
-
Niettemin kan de officier van justitie, indien het belang van het onderzoek dit vereist, de verdachte de kennisneming van bepaalde processtukken onthouden. De verdachte wordt in dat geval ervan in kennis gesteld dat de hem ter kennisneming gegeven stukken niet volledig zijn.
-
Indien de officier van justitie in gebreke blijft de kennisneming toe te staan, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke de kennisneming van processtukken wordt toegestaan. Voordat de rechter-commissaris op het verzoek beslist, hoort hij de officier van justitie.
Artikel 1.8.7
Aan de verdachte mag niet de volledige kennisneming worden onthouden van:
de processen-verbaal van zijn verhoren;
de processen-verbaal van verhoren of handelingen van onderzoek, waarbij hij of zijn raadsman aanwezig kon zijn, tenzij en voor zover uit een proces-verbaal blijkt van een omstandigheid waarvan hij in het belang van het onderzoek tijdelijk onkundig moet blijven, en in verband daarmee een bevel als bedoeld in artikel 1.4.18, eerste lid, is gegeven;
de processen-verbaal van verhoren waarvan hem de inhoud volledig of verkort is meegedeeld.
Artikel 1.8.8
-
Het recht van de verdachte om kennis te nemen van de processtukken omvat het recht om van die processtukken een kopie te verkrijgen, behoudens het bepaalde in het tweede lid.
-
In het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of van de opsporing en vervolging van strafbare feiten dan wel op zwaarwichtige gronden aan het algemeen belang ontleend, kan worden bepaald dat van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan alleen inzage wordt verleend.
-
De verdachte wordt ervan in kennis gesteld dat hem van bepaalde processtukken of gedeelten daarvan geen kopie wordt verstrekt.
-
De opsporingsambtenaar of rechter-commissaris die met het verhoor is belast verstrekt direct nadat het proces-verbaal is opgemaakt aan de verdachte of zijn raadsman een kopie van:
de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel a; en
de processen-verbaal van verhoren waarbij de verdachte of zijn raadsman aanwezig kon zijn, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel b.
Het tweede lid is niet van toepassing.
-
Van de processen-verbaal, bedoeld in artikel 1.8.7, onderdeel c, verstrekt de officier van justitie direct nadat het proces-verbaal aan hem is overgedragen de verdachte op zijn verzoek een kopie, behoudens het bepaalde in het tweede lid.
Artikel 1.8.9
-
De verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, kan verzoeken processtukken waarvan hem de kennisneming is toegestaan en die hij noodzakelijk acht voor zijn verdediging geheel of gedeeltelijk schriftelijk te laten vertalen in een voor hem begrijpelijke taal. Het verzoek omschrijft zo nauwkeurig mogelijk de processtukken of gedeelten daarvan waarop het verzoek betrekking heeft en is gemotiveerd.
-
De verdachte wordt van een afwijzing van zijn verzoek in kennis gesteld.
Artikel 1.8.10
De kennisneming van alle processtukken mag de verdachte niet worden onthouden zodra de procesinleiding is ingediend dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd.
Artikel 1.8.11
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de processtukken worden samengesteld en ingericht, over de wijze waarop de kennisneming van processtukken of inzage daarin plaatsvindt en over het verstrekken van kopieën.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de integriteit en de authenticiteit van processtukken in elektronische vorm. Van een processtuk in elektronische vorm kan de integriteit worden nagegaan doordat iedere wijziging kan worden vastgesteld.
-
In de processtukken en in stukken waarvan de kennisneming ingevolge dit wetboek wordt toegestaan blijven in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bepaalde daarin aan te wijzen gegevens in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer onvermeld, tenzij deze gegevens voor door de rechter te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn.
-
De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.