Van het afleggen van een verklaring of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich verschonen:
de bloed- of aanverwanten van de verdachte of medeverdachte in de rechte lijn;
de bloed- of aanverwanten van de verdachte of medeverdachte in de zijlijn tot en met de derde graad;
de echtgenoot, de geregistreerde partner of de levensgezel van de verdachte of medeverdachte;
de eerdere echtgenoot, de eerdere geregistreerde partner of de eerdere levensgezel van de verdachte of medeverdachte, tenzij de vragen betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nadat het huwelijk is ontbonden dan wel het geregistreerd partnerschap of partnerschap is beëindigd.