1. De verzoeker, de officier van justitie en de instantie die de schade heeft veroorzaakt kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen tegen de beslissing van de rechtbank. Hoger beroep is niet mogelijk indien het verzoek strekt tot vergoeding van een bedrag dat niet meer beloopt dan het bedrag, bedoeld in artikel 332 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  2. Artikel 6.6.8, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.