1. Een verzoek tot schadevergoeding wordt ingediend bij de instantie die de schade heeft veroorzaakt of bij de officier van justitie onder wiens verantwoordelijkheid het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden. Indien niet bekend is onder wiens verantwoordelijkheid het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden, kan het verzoek ook worden ingediend bij de officier van justitie die is aangesteld bij het parket van het arrondissement waarbinnen het strafvorderlijk optreden heeft plaatsgevonden.

  2. Een instantie zendt een verzoek waarvan behandeling door een andere instantie aangewezen is, door naar die instantie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de verzoeker.

  3. De officier van justitie zendt het verzoek zoveel mogelijk ter behandeling door naar de instantie die de schade heeft veroorzaakt. Indien meerdere instanties betrokken zijn, draagt de officier van justitie zorg voor een gecoördineerde behandeling.

  4. Op het verzoek wordt binnen drie maanden beslist. De beslistermijn kan eenmaal met drie maanden worden verlengd. Nadien is verlenging alleen mogelijk met instemming van de verzoeker.

  5. Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek vindt uitbetaling plaats door de instantie of de officier van justitie die op het verzoek heeft beslist. Indien meerdere instanties betrokken zijn, vindt uitbetaling plaats naar verhouding van hun aandeel in de schade.