1. Indien na de vernietiging van het onherroepelijke eindvonnis of eindarrest op grond van Boek 5, Titel 8.1, in herziening geen straf of maatregel wordt opgelegd, wordt een schadevergoeding toegekend voor de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis en voor de ondergane straf en vrijheidsbenemende maatregel. De toekenning heeft plaats voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

  2. Indien een herzieningsaanvraag op grond van Boek 5, Titel 8.2, niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, kan een schadevergoeding worden toegekend voor de op grond van die titel ondergane voorlopige hechtenis. Toekenning is ook mogelijk indien na de vernietiging van het onherroepelijke eindvonnis of eindarrest in herziening geen straf of maatregel wordt opgelegd. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien een vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen of de officier van justitie in de vordering niet ontvankelijk wordt verklaard, kan de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vrijheidsbeneming voorafgaand aan de beslissing op de vordering. Toekenning is ook mogelijk indien het gerechtshof in hoger beroep de beslissing tot tenuitvoerlegging vernietigt. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. Indien een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid dadelijk uitvoerbaar is verklaard en de zaak eindigt zonder oplegging van die maatregel, kan de gewezen verdachte of de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vervangende hechtenis. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

  5. Indien de rechtbank een bezwaarschrift tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gegrond heeft verklaard of de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen vanwege het niet naleven van de algemene voorwaarde, maar de zaak betreffende het nieuwe strafbare feit eindigt zonder oplegging van een straf of maatregel, kan de veroordeelde een schadevergoeding worden toegekend voor ondergane vrijheidsbeneming als gevolg van de herroeping. Artikel 6.6.5, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

  6. Het verzoek tot schadevergoeding wordt door de gewezen verdachte of de veroordeelde ingediend binnen vijf jaar nadat deze kennis heeft kunnen nemen van de beëindiging van de zaak.