1. Voor de kosten die de benoemde deskundige, bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, maakt voor het geven van informatie over of het doen van onderzoek, ontvangt hij uit de schatkist van het Rijk een vergoeding op de wijze bij de wet bepaald.

  2. De rechter-commissaris kan, onverminderd artikel 6.6.11, beslissen dat een niet-benoemde deskundige die op verzoek van de verdachte onderzoek heeft uitgevoerd dat in het belang van het onderzoek is gebleken, uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangt. Deze vergoeding bedraagt niet meer dan die welke een benoemde deskundige ontvangt.