1. Voor de kosten van uitlevering van voorwerpen op grond van een daartoe strekkend bevel krachtens artikel 2.7.9 of van overbrenging van een vervoermiddel ingevolge een daartoe strekkend bevel krachtens artikel 2.7.11, tweede lid, onderdeel b, kan de betrokkene uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangen.

  2. Voor de kosten van het nakomen van een bevel tot verstrekking van gegevens op grond van de artikelen 2.7.45 tot en met 2.7.50, van het medewerking verlenen aan het ontsleutelen van gegevens op grond van de artikelen 2.7.43 en 2.7.52, of van het medewerking verlenen aan de uitvoering van een bevel als bedoeld in artikel 2.8.13, vierde lid, kan de betrokkene uit de schatkist van het Rijk een vergoeding ontvangen. Die vergoeding kan op een lager bedrag worden gesteld voor zover de betrokkene niet de administratie heeft gevoerd en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers heeft bewaard als voorgeschreven in artikel 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

  3. De artikelen 6.6.5, eerste en vierde lid, 6.6.7, vierde lid, 6.6.8, eerste en tweede lid, 6.6.9 en 6.6.11, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het verzoek wordt ingediend bij de officier van justitie onder wiens verantwoordelijkheid het bevel is gegeven.