1. Op verzoek van de gewezen verdachte wordt uit de schatkist van het Rijk een vergoeding toegekend voor de kosten die bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken ten laste zijn gekomen van de gewezen verdachte, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of nutteloos is geworden doordat de officier van justitie afziet van vervolging of rechtsmiddelen intrekt.

  2. Het verzoek wordt ingediend bij de officier van justitie die de beslissing tot niet-vervolging heeft genomen dan wel de procesinleiding heeft ingediend.

  3. De artikelen 6.6.5, vierde lid, 6.6.7, vierde lid, 6.6.8, eerste en tweede lid, en 6.6.9 zijn van overeenkomstige toepassing.

  4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van vorderingen of beroep in het kader van de tenuitvoerlegging van een terbeschikkingstelling en op de behandeling van klaagschriften of beroep als bedoeld in Hoofdstuk 4.