1. In geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf kan de officier van justitie bevelen dat een opsporingsambtenaar vervoermiddelen onderzoekt.

  2. Ter uitvoering van het bevel kan een opsporingsambtenaar:

    1. vervoermiddelen op hun lading onderzoeken;

    2. de bestuurder van een vervoermiddel bevelen inzage te geven van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met betrekking tot de lading;

    3. de bestuurder van een vervoermiddel bevelen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.

  3. Artikel 6.5.6, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.