1. In geval van een machtiging van de rechter-commissaris tot inbeslagneming van voorwerpen die kunnen dienen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een op te leggen ontnemingsmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.19 kan de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie bepalen dat de desbetreffende voorwerpen op grond van deze machtiging zonder verdere rechterlijke tussenkomst gedurende een in die machtiging omschreven periode telkens kunnen worden inbeslaggenomen.

  2. Artikel 6.5.9, derde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.