1. Het gerecht stelt de officier van justitie in kennis van een ingediend klaagschrift.

  2. De officier van justitie stelt het gerecht in kennis van wie naar zijn oordeel heeft te gelden als rechthebbende van het voorwerp of van de gegevens, en of hem andere belanghebbenden bekend zijn en zo ja welke.

  3. Het gerecht stelt de beslagene, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, direct in kennis van het klaagschrift. In de gevallen dat de beslagene zelf een klaagschrift kan indienen, wordt hij daarvan in kennis gesteld.

  4. Het gerecht stelt degene bij wie de gegevens zijn overgenomen of ontoegankelijk gemaakt of die de gegevens heeft verstrekt of bewaart en beschikbaar houdt, indien hij niet de klager is, direct in kennis van het klaagschrift. In de gevallen dat de betrokkene zelf een klaagschrift kan indienen, wordt hij daarvan in kennis gesteld.

  5. Het gerecht stelt tevens andere bekende belanghebbenden van het klaagschrift in kennis. De belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld zelf binnen twee weken na de kennisgeving een klaagschrift in te dienen over dezelfde voorwerpen of gegevens. Eveneens worden zij in de gelegenheid gesteld tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. De kennisgeving geldt daarbij als oproeping.