1. De belanghebbende, niet zijnde de verdachte of veroordeelde, kan zich beklagen over de bij vonnis, arrest of strafbeschikking opgelegde verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van hem toekomende voorwerpen. Geen beklag staat open indien het bedrag waarop de verbeurdverklaarde voorwerpen bij de uitspraak zijn geschat, is betaald of ingevorderd, dan wel vervangende hechtenis is toegepast.

  2. De belanghebbende kan zich beklagen over de onttrekking aan het verkeer van hem toekomende voorwerpen bij een beslissing als bedoeld in artikel 6.4.12, tenzij hij bij de behandeling van de desbetreffende vordering is gehoord, althans daartoe is opgeroepen, of tegen de beslissing beroep in cassatie heeft ingesteld.

  3. Het klaagschrift wordt binnen drie maanden nadat de beslissing tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer uitvoerbaar is geworden, ingediend bij het gerecht dat de beslissing in hoogste feitelijke aanleg heeft genomen.