1. Belanghebbenden kunnen zich beklagen over:

    1. de inbeslagneming van voorwerpen;

    2. het uitblijven van een bevel tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen;

    3. het al dan niet uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2.7.26, derde lid.

  2. Het klaagschrift wordt ingediend bij het gerecht dat de zaak berecht, zal berechten of het laatst heeft berecht, uiterlijk binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak.

  3. Indien onbekend is of berechting zal plaatsvinden, wordt het klaagschrift uiterlijk binnen twee jaar na de inbeslagneming van het voorwerp waarop het beklag betrekking heeft, ingediend bij de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen de inbeslagneming heeft plaatsgevonden. De rechtbank is bevoegd, tenzij de rechtbank voordat met de behandeling van het klaagschrift een aanvang is gemaakt, constateert dat de berechting door een ander gerecht plaatsvindt of zal plaatsvinden. In dat geval wordt het klaagschrift aan dat gerecht overgedragen.

  4. De beslagene kan zich beklagen over het voornemen tot uitoefening van de in artikel 2.7.26, tweede lid, bedoelde bevoegdheid. Het klaagschrift wordt ingediend uiterlijk binnen twee weken nadat de beslagene van dat voornemen in kennis is gesteld.