1. De officier van justitie ziet af van vervolging indien het gezien de aard van de beperking of de ziekte aannemelijk is dat het nemen van maatregelen niet binnen een afzienbare termijn ertoe zal leiden dat de verdachte voldoende in staat is het proces tegen hem te begrijpen en hieraan deel te nemen en het nemen van maatregelen hem hiervoor onvoldoende kan compenseren.

  2. De rechter schorst ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte het onderzoek op de terechtzitting voor bepaalde tijd indien aannemelijk is dat het nemen van maatregelen niet direct ertoe zal leiden dat de verdachte voldoende in staat is het proces tegen hem te begrijpen en hieraan deel te nemen en het nemen van maatregelen hem hiervoor onvoldoende kan compenseren. De rechter beslist ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte dat het onderzoek op de terechtzitting wordt hervat of opnieuw aanvangt indien, zo nodig door het nemen van maatregelen, de verdachte voldoende in staat is het proces tegen hem te begrijpen en hieraan deel te nemen of, indien dit niet het geval is, hij door het nemen van maatregelen hiervoor voldoende wordt gecompenseerd.

  3. Indien het gezien de aard van de beperking of de ziekte aannemelijk is dat de verdachte niet binnen een afzienbare termijn, ook niet door het nemen van maatregelen, voldoende in staat zal zijn om het proces tegen hem te begrijpen en hieraan deel te nemen en maatregelen hem hiervoor onvoldoende kunnen compenseren, spreekt de rechter ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie uit. Alvorens de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie uit te spreken, hoort de rechter de officier van justitie. De rechter stelt de verdachte in de gelegenheid te worden gehoord, tenzij dit ten gevolge van de beperking of de ziekte onmogelijk is. Aan de verdachte wordt het recht gelaten om het laatst te spreken.

  4. Indien de rechter overweegt toepassing te geven aan het tweede of derde lid, stelt hij de officier van justitie en de verdachte in de gelegenheid om een onderzoek in te stellen en hem in kennis te stellen van de resultaten hiervan.