1. De rechter kan de toegang van de ouder tot de terechtzitting weigeren indien:

    1. de aanwezigheid van de ouder in strijd is met het belang van de verdachte;

    2. de behandeling van de zaak zich tegen aanwezigheid van de ouder verzet.

  2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, of als na redelijke inspanning is gebleken dat de ouder niet kan worden bereikt of onbekend is, verleent de rechter toegang aan een persoon naar keuze.

  3. Indien de verdachte geen persoon naar keuze heeft aangewezen of de rechter de aangewezen persoon ongeschikt acht, wordt de verdachte bijgestaan door een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.