Het geven van de toestemming, bedoeld in artikel 2.6.3, eerste lid, het afleggen van een verklaring van afstand van het inbeslaggenomen voorwerp, bedoeld in artikel 2.7.26, eerste lid, en het doen van beklag, bedoeld in Hoofdstuk 4, vinden plaats door een ouder indien het een verdachte als bedoeld in artikel 6.1.1 betreft.