1. In afwijking van artikel 2.5.12 doet de officier van justitie of de hulpofficier van justitie die bij de voorgeleiding beveelt dat de verdachte wordt opgehouden voor onderzoek, de ouder mededeling van de vrijheidsbeneming en van de redenen daarvan. De ouder wordt eveneens mededeling gedaan van de rechten, bedoeld in artikel 6.1.7.

  2. De mededeling kan worden uitgesteld voor zover en voor zolang dit:

    1. in strijd is met het belang van de verdachte;

    2. niet mogelijk is omdat de ouder na redelijke inspanning niet kan worden bereikt of onbekend is.

  3. Indien de mededeling wordt uitgesteld, wordt een persoon naar keuze in kennis gesteld van de vrijheidsbeneming. Indien de verdachte geen persoon naar keuze heeft aangewezen, wordt de raad voor de kinderbescherming in kennis gesteld.