1. De officier van justitie wint bij de raad inlichtingen in over de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van de verdachte, tenzij:

    1. hij onvoorwaardelijk van vervolging afziet;

    2. over de verdachte in de periode van een jaar voorafgaand aan de aanhouding al een advies is opgesteld.

  2. De officier van justitie kan afzien van het inwinnen van inlichtingen bij de raad indien hij voornemens is een strafbeschikking uit te vaardigen of indien hij de zaak ter berechting bij de kantonrechter aanbrengt.

  3. Indien de verdachte in verzekering is gesteld, zich in voorlopige hechtenis bevindt of ingevolge artikel 2.10.23 ter observatie is overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis, stelt de officier van justitie of de hulpofficier van justitie de raad voor de kinderbescherming hiervan direct in kennis.