1. De raad voor de kinderbescherming is belast met het doen van onderzoek naar de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. Desgevraagd of uit eigen beweging verschaft de raad inlichtingen of advies aan de officier van justitie en de rechter. De raad rapporteert zo spoedig mogelijk.

  2. De raad voor de kinderbescherming kan onderzoek doen naar de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaar maar nog niet die van drieëntwintig jaar hebben bereikt.

  3. De raad voor de kinderbescherming verschaft desgevraagd inlichtingen aan de reclasseringsinstelling, bedoeld in artikel 1.11.9, over verdachten die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit de leeftijd van achttien jaar maar nog niet die van drieëntwintig jaar hebben bereikt.

  4. Bij het opstellen van het advies en bij het verschaffen van inlichtingen wordt melding gemaakt van specifieke kwetsbaarheden waarvan is gebleken.

  5. De verdachte wordt bij het opstellen van het advies betrokken.