1. De behandeling van de zaak vindt niet in het openbaar plaats. De rechter kan tot bijwonen van de terechtzitting bijzondere toegang verlenen. Aan het slachtoffer wordt toegang verleend, tenzij de rechter wegens bijzondere redenen anders beslist.

  2. De rechter beveelt een openbare behandeling van de zaak indien naar zijn oordeel het belang van de openbaarheid van de zitting zwaarder moet wegen dan het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, de medeverdachte of de ouder.

  3. De voorzitter kan bepalen dat de vragen met betrekking tot de geestvermogens, de persoonlijkheid of levensomstandigheden van de verdachte in zijn afwezigheid zullen worden gesteld en behandeld, en dat de officier van justitie of de raadsman in afwezigheid van de verdachte het woord zal voeren over zijn geestvermogens. Artikel 4.2.36, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. De artikelen 4.2.65, vierde lid, eerste zin, en 4.3.27, eerste lid, laatste zin, zijn niet van toepassing.