1. In de oproeping voor de terechtzitting wordt de verdachte gewezen op:

    1. de verplichting om in persoon op de terechtzitting te verschijnen en op de bevoegdheid van de rechtbank zijn medebrenging te bevelen, indien hij niet aan die verplichting voldoet;

    2. het bepaalde in de artikelen 6.1.19, 6.1.22 en 6.1.41.

  2. Artikel 6.1.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.