1. Bij berechting van zaken door de meervoudige kamer neemt ten minste één kinderrechter deel aan het onderzoek op de terechtzitting.

  2. Op de berechting door de kinderrechter is Boek 4, Hoofdstukken 1 tot en met 4, van overeenkomstige toepassing, voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald.

  3. Op de berechting door de kinderrechter zijn verder de artikelen 4.5.4 tot en met 4.5.10 van overeenkomstige toepassing.