1. De officier van justitie kan bij strafbeschikking een taakstraf opleggen voor ten hoogste zestig uur en de aanwijzing geven dat de verdachte medewerking verleent aan reclasseringstoezicht voor ten hoogste zes maanden.

  2. Indien de officier van justitie voornemens is om een strafbeschikking uit te vaardigen houdende een taakstraf van meer dan tweeëndertig uur dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 115, roept hij de verdachte op om te worden gehoord. Bij een oproeping om te worden gehoord, wordt de verdachte gewezen op:

    1. het recht om te worden vergezeld door de ouder of een persoon naar keuze overeenkomstig artikel 6.1.33;

    2. het recht op rechtsbijstand.

    Artikel 6.1.7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. Indien over de verdachte advies is uitgebracht als bedoeld in artikel 6.1.29 geeft de strafbeschikking aan op welke wijze daarmee rekening is gehouden bij het opleggen van een straf of bij de keuze voor een aanwijzing betreffende het gedrag.