1. De verdachte kan ter voorkoming van vervolging deelnemen aan een pedagogisch programma. De duur van het programma bedraagt ten hoogste twintig uur.

  2. Deelname vindt plaats op voorstel van een opsporingsambtenaar na verkregen toestemming van de officier van justitie.

  3. Bij algemene maatregel van bestuur worden de strafbare feiten en gevallen aangewezen die op deze wijze kunnen worden afgedaan.

  4. Indien de officier van justitie van oordeel is dat de verdachte naar behoren aan een pedagogisch programma heeft deelgenomen, ziet hij af van vervolging.

  5. Indien het gerechtshof vervolging van de verdachte beveelt als bedoeld in artikel 3.4.3, eerste lid, onderdeel b, houdt de rechter, indien hij een straf oplegt, rekening met de voltooide deelname als bedoeld in het vierde lid.