Bij een oproeping om te worden gehoord over een vordering tot het geven van een bevel tot voorlopige hechtenis of tot verlenging daarvan wordt de verdachte in kennis gesteld van:
het bepaalde in de artikelen 2.5.31 en 6.1.13, eerste lid, eerste zin;
het recht op periodieke toetsing van de voorlopige hechtenis;
het recht vergezeld te worden door de ouder of een persoon naar keuze overeenkomstig artikel 6.1.33;
het recht om bij het ondergaan van voorlopige hechtenis gescheiden van volwassenen te verblijven.