1. Ten aanzien van het in artikel 5.8.7, eerste lid, bedoelde onderzoek vinden Boek 1, Hoofdstukken 4, 6, 7, 8 en 11, en Boek 2, Hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 10, overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daar waar wordt gesproken van de verdachte daaronder wordt verstaan de gewezen verdachte, indien niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van het onderzoek.