1. Indien de bij het onherroepelijke eindvonnis of eindarrest opgelegde straf of maatregel al bij wege van gratie is kwijtgescholden, kan geen straf worden opgelegd.

  2. Is de straf door gratie gewijzigd of verminderd, dan wordt geen straf opgelegd die de gewijzigde of verminderde straf te boven gaat.