1. In geen geval mag door de Hoge Raad of door het gerechtshof een straf of maatregel worden opgelegd die zwaarder is dan die bij het vernietigde eindvonnis of eindarrest was opgelegd. Voorts mag in geen geval een zwaardere strafbepaling worden toegepast.

  2. Indien bij samenloop van meerdere feiten één hoofdstraf is uitgesproken en de herziening slechts gevraagd of uitgesproken is ten aanzien van een of meer van die feiten, wordt, in geval van vernietiging, bij het arrest of het eindarrest in herziening de straf voor het andere feit of de andere feiten bepaald.

  3. Bij het arrest of eindarrest wordt bepaald dat de krachtens de vernietigde uitspraak voor het feit ondergane straf, en de krachtens artikel 5.8.18 ondergane voorlopige hechtenis bij de uitvoering van de straf in mindering worden gebracht.