1. Indien de Hoge Raad de herzieningsaanvraag ingevolge artikel 5.8.1, eerste lid, onderdeel a, gegrond acht, vernietigt hij de eindarresten of eindvonnissen, met verwijzing van de zaken naar een gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, ten einde die gelijktijdig opnieuw te onderzoeken en daarin bij een en hetzelfde eindarrest recht te doen, zonder dat echter de straf de bij de vernietigde eindarresten of eindvonnissen opgelegde straffen te boven mag gaan. Hebben alle gerechtshoven al van de zaak kennis genomen, dan wordt niettemin één daarvan aangewezen.

  2. Indien een van de bewezenverklaringen door de Hoge Raad in eerste aanleg is uitgesproken, dan wordt de zaak verwezen naar de zitting van de Hoge Raad samengesteld als in artikel 5.8.22 vermeld.

  3. De gewezen verdachte aan wie krachtens het vernietigde eindvonnis of eindarrest zijn vrijheid is ontnomen, is van rechtswege vrij en wordt zo spoedig mogelijk in vrijheid gesteld, behoudens artikel 5.8.18.