1. Op de zitting van de rolraadsheer, of op de zitting van de meervoudige kamer wanneer de raadsman daar de herzieningsaanvraag mondeling heeft toegelicht, dan wel op een nadere zitting neemt de procureur-generaal zijn conclusie, die hij aan de Hoge Raad overlegt.

  2. Voorafgaand aan zijn conclusie kan de procureur-generaal ambtshalve een nader onderzoek instellen als bedoeld in de artikelen 5.8.5 en 5.8.7 alsmede een advies inwinnen bij de commissie als bedoeld in artikel 5.8.6. De artikelen 5.8.6, eerste en derde lid, 5.8.7 en 5.8.8 zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. Nadat de procureur-generaal zijn conclusie heeft genomen wordt de dag voor de uitspraak bepaald, tenzij de Hoge Raad een opdracht tot nader onderzoek geeft.

  4. De raadsman van de gewezen verdachte wordt van de conclusie in kennis gesteld.

  5. De raadsman kan binnen twee weken nadien commentaar op de conclusie aan de Hoge Raad ter kennis brengen.