1. Het lid van de Hoge Raad dat zitting heeft in de enkelvoudige kamer draagt de titel van rolraadsheer.

  2. Alle zaken worden op de openbare zitting in aanwezigheid van de griffier en de procureur-generaal behandeld door de rolraadsheer. De behandeling vindt evenwel plaats door de meervoudige kamer in het geval, bedoeld in artikel 5.5.10, eerste lid, en in gevallen waarin de Hoge Raad dat wenselijk acht.

  3. Beslissingen over de procesgang kunnen, indien de wet niet anders bepaalt, door de rolraadsheer ook anders dan op de openbare zitting worden gegeven. Het procesreglement geeft daarover nadere regels.