1. De officier van justitie dient binnen twee weken na het instellen van hoger beroep een schriftuur met bezwaren in.

  2. De verdachte kan binnen twee weken na het instellen van hoger beroep een schriftuur met bezwaren indienen. De verdachte kan in de schriftuur ook verzoeken inzake te verrichten onderzoek kenbaar maken.

  3. Indien het eindvonnis wordt aangevuld op de voet van artikel 4.3.23, derde lid, kan de officier van justitie dan wel de verdachte die een schriftuur heeft ingediend binnen twee weken na de kennisgeving van de ontvangst van de processtukken een aanvullende schriftuur indienen.

  4. De schriftuur wordt ingediend bij de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen.